Twee maanden strijden tegen Covid-19 in Tunesië – Analyse van de Rechtsstaat

De COVID-19- crisis heeft wereldwijd geleid tot een drastische vermindering van de rechten en de vrijheden voor ten minste de helft van de wereldbevolking. Regeringen reageerden op verschillende manieren door het nemen van bijvoorbeeld noodmaatregelen zoals de uitzonderlijke overdracht van bevoegdheden van de wetgever naar de uitvoerende macht.

Echter, de maatregelen die werden genomen in het kader van het beheer van de COVID-19-crisis om de vrijheid te beperken zijn niet neutraal en men stelt vast dat ze in sommige landen, en zelfs regio’s, worden gebruikt in een context van toenemend populisme en zelfs van autoritaire verleiding (indien de betrokken regimes niet reeds als autoritair worden geclassificeerd). In verscheidene gevallen blijken de maatregelen veel verder te gaan dan de aanbevelingen van de WHO.

Zelfs maatregelen die op het eerste gezicht noodzakelijk lijken kunnen buitenproportioneel zijn wanneer ze ingrijpende gevolgen hebben voor bepaalde bevolkingsgroepen zoals migranten, mensen in een precaire sociaaleconomische situatie, vrouwen, kinderen en ouderen.

Als gevolg ontstaat er op verschillende niveaus bezorgdheid over de eerbiediging van de mensenrechten bij het beheren van de huidige gezondheidscrisis:

  • Noodmechanismen die als zodanig worden ingezet en waarvan de reikwijdte soms verder gaat dan het oorspronkelijke doel (gebrek aan een tijdelijke kader voor noodmaatregelen; onevenredige inbreuken op andere grondrechten; indirecte discriminatie die deze maatregelen met zich meebrengen, etc.)
  • De uitvoering van deze noodmaatregelen die aanleiding kunnen geven tot min of meer systematische misbruiken zoals het discriminerend toepassen van de maatregelen.
  • De context van de uitvoering van de noodmaatregelen aangezien sommige omstandigheden eerder aanzetten tot misbruik ervan (autoritaire of pre-electorale contexten, etc.)

De maatregelen zorgen niet enkel voor bezorgdheid tijdens de gezondheidscrisis maar ook voor de periode na de crisis en de beoogde processen voor de afbouw ervan. In verschillende landen werd er duidelijk een grens overschreden inzake de sociale controle van de staat over haar burgers en inwoners. Een voorbeeld hiervan is de digitale controle en de controle van persoonlijke gegevens. De politieke- en veiligheidsrespons op de huidige gezondheidscrisis verergert soms zelfs de tekortkomingen en de handelingen die reeds voor de crisis een inbreuk vormden op de rechten en vrijheden, vooral inzake geïnstitutionaliseerd geweld, strafrecht en detentie. Ook het feit dat de economische crisis de sociale crisis overschaduwt zou een voedingsbodem kunnen zijn voor het schenden van mensenrechten, zeker wanneer er een hevige reactie zou komen op de eisen die sociale bewegingen stellen. De epidemiologische gegevens die sinds het begin van de crisis zijn verzameld in Tunesië lijken geruststellend. Op 25 juni 2020 bedroeg het aantal geregistreerde gevallen 1160 en het aantal sterfgevallen is sinds enkele dagen gestopt op 50. Ondanks de vroegere zwakten van het gezondheidsstelstel, meer bepaald wat betreft de toegang tot de gezondheidsdiensten, lijkt het land niet te zijn getroffen door een grote gezondheidscrisis. De voornaamste maatregelen genomen door de Tunesische regering zijn gebaseerd op het Italiaanse en het Franse model en zijn erop gericht de verspreiding van het virus in te dijken door drastische maatregelen van social distancing, waarbij vrijwel alle sociale en economische activiteiten in het land worden stopgezet.

Voor het eerst sinds de invoering van de nieuwe grondwet heeft het parlement de uitvoerende macht een wetgevende autoriteit gegeven en zal het slechts a posteriori controle uitoefenen op de decreten die tijdens deze periode worden aangenomen. Als gevolg, werd de Tunesische aanpak van de gezondheidscrisis gekenmerkt door een grondwettelijk geïnspireerde versterking van de uitvoerende macht door hen een wetgevende bevoegdheid toe te kennen, terwijl de rechterlijke macht, die het eerste bolwerk vormt tegen arbitraire schendingen van rechten en vrijheden, gedeeltelijk werd stilgelegd. Dergelijke afwijkingen en beperkingen van mensenrechten kunnen volgens de internationale normen, zoals het Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten dat werd geratificeerd door Tunesië, slechts worden doorgevoerd om de volksgezondheid te beschermen en mits voldaan is aan drie essentiële voorwaarden. Een maatregel die de vrijheid beperkt moet uitdrukkelijk bij wet zijn voorzien, noodzakelijke en proportioneel zijn in verhouding tot het nagestreefde doel – in dit geval de gezondheid- en onderworpen zijn aan een rechterlijke toetsing, die binnen een redelijke termijn de wettelijkheid, de noodzaak en de evenredigheid van de maatregel kan toetsen.

Deze voorwaarden zijn opgenomen in de grondwet. Artikel 49 van de grondwet bepaalt dat beperkingen van de rechten en vrijheden “slechts kunnen worden doorgevoerd om te voldoen aan de eisen van een burgerrechtelijke en democratische staat en de rechten van anderen of de openbare veiligheid, de nationale defensie, de volksgezondheid of de openbare zedelijkheid te waarborgen, terwijl de evenredigheid tussen de beperking en hun rechtvaardiging in acht wordt genomen. De rechterlijke instanties waarborgen de bescherming van de rechten en vrijheden tegen eventuele inbreuken”.

Het is in het licht van deze dwingende voorwaarden die essentieel zijn voor het behoud van de rechtsstaat, dat dit verslag een analyse verschaft van de wettigheid van de maatregelen die de vrijheid beperken en door Tunesië werden genomen in de periode vanaf de afkondiging van de noodtoestand op 18 maart 2020 tot het einde van de totale afbouwperiode op 14 juni 2020. Bovendien geeft dit verslag ook een analyse van de incidenten die in dezelfde periode zijn vastgesteld.

>> Read the full document (French) <<

© 2020, Advocaten Zonder Grenzen. Alle rechten voorbehouden. Webmaster: Média Animation asbl