Rwanda werd onafhankelijk in 1962. Tijdens de laatste decennia heeft het te lijden gehad onder terugkerende politieke crisissen die te maken hadden met de strijd om de macht en om de toegang tot de rijkdommen, dit alles tegen een achtergrond van tegenstellingen tussen Hutu’s en Tutsi's. In april 1994 is deze confrontatie uitgemond in een genocide die door de gevestigde macht werd georkestreerd waarbij 800.000 gematigde Hutu’s en Tutsi’s werden vermoord. Na de machtsgreep door het Front Patriotique Rwandais (FPR) is in juni 1994 een overgangsregering ingesteld. Deze overgangsperiode duurde van 1994-2003. Toen werd Paul Kagame tijdens een algemene stemming tot president van de republiek verkozen.
Sedert de genocide in 1994 heeft Rwanda aanzienlijke vooruitgang geboekt in het bereiken van de Millenniumdoelstellingen voor Ontwikkeling dankzij hervormingen in verschillende domeinen (economie, landbouw, opvoeding, gezondheid, infrastructuur) en dankzij de financiële steun van de internationale gemeenschap. Niettemin blijft het een van de armste landen van de wereld (167ste op 182 op de Index van de Menselijke Ontwikkeling van 2007) met 57 % van de bevolking die onder de armoedegrens leefde in 2006.
De fundamentele vrijheden en de staat van de democratie in Rwanda blijven onrust wekken. Bepaalde opposanten rapporteren dat ze bedreigd zijn of fysieke agressie moesten ondergaan. Anderen zijn aangehouden en beschuldigd van negationisme, divisionisme en/of samenwerking met een terroristische organisatie. Onafhankelijke dagbladen staan onder constante druk.
De evolutie van het gerecht blijft paradoxaal; op sommige vlakken is ze hoopgevend en op andere zorgwekkend. Na de afschaffing van de doodsstraf in juli 2007 en de afschaffing van de clausule van isolement die kon worden toegepast bij langdurige (20 tot 30 jaar) of levenslange opsluiting voor zware misdrijven, in april 2010, blijven andere belangrijke etappes af te leggen. Veel internationale documenten moeten nog geratificeerd worden door Rwanda zoals het Facultatief protocol bij het VN-Verdrag tegen Marteling of het Facultatief protocol dat verwijst naar het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten. Daarenboven probeert een “wetsproject aangaande de oprichting van de orde van de advocaten in Rwanda” van juni 2009 de basisprincipes van de onafhankelijkheid van de Balie in vraag te stellen. De creatie van de functie van een assistent bij het Ministerie van Justitie voor wettelijke hulp en mensenrechten is een belangrijke stap geweest die aan rechtsorganismen en mensenrechtenorganisaties een rechtstreeks officieel aanspreekpunt heeft gegeven. Dat neemt niet weg dat de genomen beslissingen, wanneer deze bestaan, vaak formeel en uitsluitend symbolisch blijven en zelden een reëel effect hebben.
Wat de geschillen van de genocide betreft die door de Gacaca-rechtbanken zijn behandeld, is de afsluitingsdatum van de werkzaamheden van de rechtbanken herhaaldelijk uitgesteld door de autoriteiten. De laatste officiële datum is 30 juni 2010. Er zijn in de internationale en ook Rwandese pers meerdere kritieken gepubliceerd die juist het gebruik van de Gacaca-rechtbanken voor politieke doeleinden beschrijven, zoals geïllustreerd wordt door de hardnekkigheid waarmee tegen bepaalde personaliteiten wordt gehandeld die overigens vrijgesproken waren door beroepsrechters voor klassieke rechtbanken.

AdZG wil in Rwanda bijdragen tot een betere toegang tot het gerecht voor kwetsbare bevolkingsgroepen langsheen een betere juridische en judiciële behandeling en eveneens tot de consolidering van de Rechtsstaat. Daarvoor spitst AdZG zijn interventies toe op:



Volg recent nieuws en
ontwikkelingen.
Lees hier de laatste editie: